In het eerste deel van deze module wordt de plattegrondtekening uitgelegd. Er wordt een huis getoond. Een aantal onderdelen aan de buitenzijde van het huis worden benoemd en aangewezen. Een mes doorsnijdt het huis. Het gedeelte boven de doorsnijding wordt van het huis getild. Het huis wordt nu schuin en vervolgens recht van boven bekeken. Naast het huis verschijnt de plattegrondtekening. De ruimten en huisraad worden benoemd en lichten op in de tekening en in de plattegrond. Bij de oefeningen wordt de plattegrondtekening en de scheve projectie van het doorsneden huis getoond. Met een pijl wordt een muur in de plattegrondtekening of in de projectie aangewezen. De cursist moet deze in de andere afbeelding aanwijzen. Het tweede gedeelte behandelt plattegronden en doorsnijdingen van een huis met verdiepingen. Een rijtjeshuis wordt rechts op het scherm getoond. Dit huis wordt horizontaal doorsneden op de begane grond. Hierna wordt de plattegrondtekening van de begane grond links getoond. Op dezelfde manier wordt het huis doorsneden op de verdieping, op de zolder en bij de fundering. Links wordt de bijbehorende plattegrondtekening getoond.
Deze module behandelt verschillende
tekeningsoorten en bouwkundige symbolen volgens
NEN 114. De tekeningsoorten die aan bod komen
zijn: situatietekening, bestektekening,
verzameltekening van kozijnen en detailtekening.
De bouwkundige symbolen die behandeld worden
zijn: muurdoorbrekingen, balklaag, vloeren en
trappen, keuken, sanitair en meubilair.
Bij de theorie wordt een afbeelding van de
werkelijke bouwkundige constructie rechts op het
scherm getoond en het bijbehorende symbool
links. De oefeningen worden gegeven in de vorm
van meerkeuze vragen. Bij de eindtoets wordt een
bestektekening gebruikt.
In dit hoofdstuk wordt de bemating behandeld volgens NEN 3535. In de theorie worden de volgende onderwerpen besproken: de onderdelen waaruit een bemating is opgebouwd, de inschrijving in doorsnede van hout, de eenheid van de maat, de schaal van de tekening, peil en N.A.P. Bij de eindtoets wordt de bestektekening naast de computer gebruikt. De vragen zijn invulvragen en ja-nee vragen.
Deze module behandelt de arcering van materialen in een tekening volgens NEN 47. In het eerste gedeelte wordt de doorsnede behandeld. Getoond wordt hoe vlakken van verschillende onderdelen in het doorsnijdingsvlak een eigen arcering krijgen. De materialen en arceringen van materialen worden in vier hoofdgroepen behandeld: timmermaterialen, steenachtige materialen, metalen, diverse materialen.
Deze module behandelt een aantal bouwkundige constructies zoals: functie, onderdelen en funderingsoorten, verticale steunpunten, bouwsoorten, benaming steenvlakken en stapelbouw, metselverbanden, lateien, vloeren en plafonds, vloerconstructies, onderdelen van een verdiepingsvloer met haakanker en met strijkbalk-anker, balklagen, elementvloer en betonvloer, daken en kappen, functie van een dak, daksoorten, samengestelde dakvlakken, kapconstructies en onderdelen van een plat dak.
Deze module behandelt een aantal bouwkundige constructies. De onderwerpen die behandeld worden zijn: kozijnen, onderdelen van een kozijn, standaarddetails (series) en codering, dorpels en stijlen in de tekening, trappen, benaming van onderdelen van een houten trap van aantrede tot stootbord, afbouw, onderdelen van de afbouw, gevelelement en lichte scheidingswanden.
Deze module behandelt installaties zoals die voor kunnen komen in bouwkundige tekeningen, o.a. NEN 114. De installaties worden in vijf hoofdgroepen behandeld: cv, gas, water, elektra, riolering.