| Beschrijving van de modules |
Projecties; de aanzichten. Een object
geprojecteerd op een kubus. Zichtbare en niet-zichtbare lijnen. Voorbeeld objecten uit de
belevingswereld van de gebruiker.
Lijnsoorten; de verschillende lijnsoorten
die in een technische tekening voor kunnen komen.
Doorsneden; hoe geef je een doorsnede aan
in de tekening. Arceervormen, regels van het doorsnijden en het arceren bij enkelvoudige
en samengestelde onderdelen.
Bemating; ondermeer de functie van
bemating, voldoende of niet-voldoende bemaat, de onderdelen, de eenheid, ketting- en
parallelmaten, schaal, cilindrische werkstukken, steekcirkel etc.
Maattoleranties; maat- en
hoektoleranties, spelling en passing en het ISO-passingstelsel. Ondermeer: nominale maat,
grootste en kleinste grensmaat, tolerantie, losse- overgangs- en vaste passing.
Ruwheid; de aanduiding en de betekenis
van ruwheid. Wat is ruwheid, hoe ontstaat ruwheid, ruwheidswaarde, de grenzen, verspanende
en niet-verspanende bewerking, wat is de functie van ruwheid, plaats ruwheidstekens en
tabellen.
Vorm- en plaatstoleranties; de aanduiding
en de betekenis. Vrijwel alle toleranties komen aan bod.
Lassymbolen; de vorm van de las en de
aanduiding in de tekening.
Schroefdraad; een inleiding over de
functie van het draad, de vorm en de spoed. Vervolgens herkenning van schroefdraad,
bemating, bouten en moeren.
De tekening; verschillende formaten,
rechteronderhoek, NEN-normbladen en de verschillende tekeningsystemen als monotekensysteem
en combinatietekeningen.
Maat-lezen; oefening en toetsen over het
opzoeken van maten in een tekening. De betreffende maat of het betreffende onderdeel wordt
aangegeven in een isometrisch object. De gebruiker zoekt de waarde op in de tekening en
voert deze in.
Tekening-lezen 1; oefeningen en toetsen
over het opzoeken van maten, ruwheden, toleranties, passingen en lassen.
Tekening-lezen 2; meer oefeningen en
toetsen over het opzoeken van maten, ruwheden, toleranties, passingen en lassen.
|