|
|
|
Vanaf begin 2008 wordt
een 3D printer in het leslokaal gebruikt. De printer ondersteunt de lessen
en ondersteunt de afstudeerprojecten van de HBO studenten. Er worden
prototypes van de ontwerpen uitgeprint, zodat deze beter en makkelijker
beoordeeld kunnen worden. Deze prototypes worden aangemaakt met AutoCAD,
Inventor of 3Ds max. In de
cursus Methodisch ontwerpen krijgen de cursisten bijvoorbeeld de opdracht om
verschillende haken te maken die aan een bepaald gewicht en aan een bepaalde
sterkte moeten voldoen. īs avonds worden deze haken geprint en de volgende
dag worden deze op een trekbankje kapot getrokken. Op deze wijze krijgen de
cursisten inzicht in de krachtenverloop en wordt bewezen hoe goed de FEM, de
sterkteberekeningsmodule van Inventor is. Door het element van competitie is
deze cursus reuze interessant. |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Een 3D printer bouwt een model door
laagje voor laagje materiaal toe te voegen. De 2D
printer/plotter is ontwikkeld in het midden van de vorige eeuw. Deze 2D
printer is vanaf dat moment zoveel sneller en goedkoper geworden dat deze
in ieder huis
voorkomt. De 3D printer is ontwikkeld in het begin van deze eeuw en zal
misschien dezelfde ontwikkeling doormaken. Om de cursisten kennis te laten
maken met deze nieuwe technieken staat in het leslokaal een 3D printer.
|
|
| |
|
|
|
|
Esthetische model
|
|
Een model kan gemaakt worden om de esthetische kwaliteiten te beoordelen,
of om een project te verkopen aan de klant. In dat geval is het
voldoende om het model op schaal uit te printen. |
|
 |
|
Hiernaast ziet u bijvoorbeeld een
print van een huis 1 : 100 gemaakt door een cursist van TEC/ CADCollege met
AutoCAD. Het model maakt het ontwerp inzichtelijker voor niet technisch
geschoolden. Onze ervaring is dat u dit model niet zonder meer met een
schaal van bijvoorbeeld 1 op 100 kunt printen. Voor dit voorbeeld zouden de
kolommen van 100 bij 100 een streepjes plastic van 1 mm worden. Het model
wordt dan extreem breekbaar. U kunt dit model voordat u dit print beter iets
aanpassen, zodat het beter handelbaar wordt. Bovendien heeft een print van
een huis minder belang als u niet naar binnen kunt kijken. U moet het
digitale model dus op de juiste plaatsen opdelen.
|
|
| |
|
|
|
| Functioneel
model |
|
U kunt een model maken om bepaalde aspecten van het ontwerp
te testen.
|
 |
|
Dit zijn de aspecten die niet te simuleren zijn met de software. Het
model moet dan vaak 1 op 1 geprint worden en moet van voldoende sterk
materiaal gemaakt zijn. U ziet een
print van een theepot. Deze is geprint om te testen hoe deze in de
hand ligt, hoe deze schenkt en hoe stabiel deze op de ondergrond staat.
Omdat deze functionele modellen
vaak groter zijn dan de maximale printgrootte,
moet deze opgedeeld worden en later aan elkaar geklikt,
geschroefd of gelijmd worden. |
|
|
|
|
|
|
|

|
|
Hiernaast ziet u de dimension printer. Dit
is de printer die bij het CADCollege
staat. De printer bouwt een onderdeel op door ABS plastic te
extruderen. (ABS plastic is net iets slapper dan PVC,
maar verder vergelijkbaar. E-modulus: 3000 N/mm2, rek- en breukspanning 40
N/mm2.)
Het plastic wordt laagje voor laagje aangebracht via een soort lijmpistool
en een lijmdraad. De kop wordt met behulp van een eenvoudige x-, y-, z-tafel
over het onderdeel bewogen. Eerst wordt een draad van ABS plastic langs de
buitenkant gelegd. Daarna wordt de binnenkant opgevuld. Er worden banen
getrokken van ongeveer 0.5 mm in xy-richting en 0.25 mm in z-richting. |
|